Hoop en dialoog

Hoop doet leven. Toch?

In ons boek De Verandermeander schrijft San van Eersel een prachtige tekst over dialoog. Wat me opvalt, nu ik het opnieuw lees, is dat hij daarin ook schrijft over ‘relativisme’. Een moeilijk woord vind ik in eerste instantie. “Relativisme brengt het risico van onverschilligheid met zich mee.” schrijft San. En daarover mijmerend ontdek ik dat ik dat ook zo zie. Onmiddellijk associeer ik dit met het woord hoop, het onderwerp van  deze blog. 


Hoop, in de zin van ‘hopelijk komt het goed’ draagt eveneens het risico van onverschilligheid in zich. Immers, als ik mijn eigen geluk afhankelijk maak van gebeurtenissen buiten mezelf hoef ik niets te doen. Ik kan dan achterover gaan hangen, kan er immers zelf niets aan doen. Het maakt niet uit. Zo zus ik mezelf in slaap. Ik hoef niet open te staan voor mijn omgeving en geen innerlijke dialoog met mezelf aan te gaan. Heerlijk relaxt… op het eerste gezicht. Maar het maakt wel uit: ik doe er mezelf mee tekort. 


Hoop, in de zin van een belofte, is voedend en geeft ruimte. Ruimte om te groeien en te ontwikkelen. Vanuit mijn innerlijke overtuiging dat ikzelf de architect ben van mijn eigen geluk. Dat vraagt om nieuwsgierig te zijn, me te verwonderen en actief op zoek te gaan naar informatie over datgene wat mij voor ogen staat. Het vraagt om te weten waar ik-zelf voor sta en tegelijkertijd nieuwsgierig te zijn naar wat anderen beweegt. Daarvoor moet ik in dialoog gaan met anderen, openstaan voor de andersheid van anderen.


Een voorbeeld. Ik begeleid een team waarin de wens voelbaar en uitgesproken is om meer en beter samen te werken. Veel blijft tot nu toe echter ongezegd. Ter voorbereiding van een teambijeenkomst vraag ik alle deelnemers in een afzonderlijk gesprek wat er wat hem of haar betreft speelt en waar de bijeenkomst over zou moeten gaan. Ik ontdek in alle gesprekken dat er sprake is van ongemak, van onuitgesproken zaken naar elkaar toe. Ook wordt de hoop uitgesproken dat dit wordt geuit. Ik geef aan dat ik in het programma ruimte zal maken het ongemak te benoemen. Daar wordt positief op gereageerd. Als ik vervolgens in de teambijeenkomst vraag of er ongemak is en zo ja of iemand dat wil inbrengen blijft het eerst stil. Het is blijkbaar niet zo gemakkelijk om jezelf te uiten in dit team en de dialoog aan te gaan. De hoop lijkt dat een ander dat gaat doen. Of dat ik het zal doen. Nadat ik benoem dat ik uit mijn voorbereidende gesprekken weet dat er ongemak is, vraag ik of we het ongemak moeten bespreken. Daar wordt volmondig “ja” op gezegd. Als het eerste ongemak wordt benoemd ontstaat al snel een soms lastige maar ook constructieve dialoog. 

 

Het begin is er. Alle teamleden doen mee aan de dialoog. Eerst nog wat voorzichtig. Daarmee ontstaat nieuwe hoop dat ook de lastige dingen in het verandertraject waar ze voor staan kunnen worden opgepakt. Het leidt tot nieuwe inzichten en concrete stappen van wat ze te doen hebben. Ze ervaren dat actief in dialoog gaan met elkaar helpt veranderingen een plek te geven en in goed banen te leiden. 


Ben Kosse, verwonderaar